| Type: Twentse Grijzen & Bruinen |
Het Type moet ten alle tijden sierlijk en slank van bouw zijn, met opgerichte houding, ruim middelhoog gesteld van een landhoen type, rug is ruim middellang, breed en niet te breed bij de schouders versmallend naar achteren en iets afhellend. Bij de hennen wordt de rug bijna horizontaal gedragen. De verwantschap aan de Maleier ( vechter ) is nog duidelijk te zien in de kopvorm, lengte en de uitdagende houding en krap aanliggend gevederte. De dijen moeten duidelijk zichtbaar zijn en ze mogen zeker geen lomp uiterlijk hebben.
De kop is kort en breed met duidelijke zichtbare wenkbrauwen, niet te dan zijn ze meestal ook weer lomp van bouw, en dat is zeker niet gewenst. Het is een sierlijk en slank gebouwd landhoen. Weinig keelwam ontwikkeling, gezicht is rood, oogkleur oranje tot oranje rood. Oorlellen zijn langwerpig rood., fijn van structuur. De Kam in de vorm van een halve walnoot en het werk van een aardbei dus liefst zonder gleuven en deuken. Kinlellen zijn klein en kort, fraai afgerond rood van kleur. Snavel kort en stevig, geel met lichthoornkleurige aanslag op de bovensnavel.
De hals is middellang naar de kop dunner wordend, opgericht gedragen, flauw gebogen en iets naar voren gedragen. Borst is vrij breed, goed afgerond, slechts weinig naar voren gedragen als gevolg van de iets naar voren gerichte houding van de hals.
De vleugels zijn lang en krachtig, goed aangesloten en iets benedenwaarts en naar achteren gericht. De vleugeldracht bij de hennen wordt bijna horizontaal gedragen.
De staart is vrij lang, met lange sikkels en bijsikkels, dus de staart is dus vol bevederd. De staart bij de hennen is minder gespreid als bij de hanen, ze mogen niet spits zijn.
De Loopbenen en tenen moeten geel ( licht of donker van kleur ) en de dijen moeten duidelijk zichtbaar zijn. Ideaal gewicht hanen : 2,50 - 3,00 kg Ideaal gewicht hennen : 1,75 – 2,50 kg Mocht de haan of hen iets te zwaar zijn, het type moet altijd elegant sierlijk en slank van bouw zijn en dus niet lomp van bouw, dergelijke dieren gaan altijd voor dieren die te licht en te klein zijn, vaker ontstaan de kleinere dieren door te intensieve inteelt. Ernstige fouten: Korte, plompe of smalle lichaamsbouw; zgn. ,, Maleierrug”; hoog gedragen en dun bevederde staart; lage beenstand; hangende vleugels; dunne hals; grote of spitse, smalle kop; dunne, rechte snavel; te krap gevederte; te lichte ogen. Fouten Bovenstaande ernstige fouten in mindermate voorkomend. " |